Schouderklopjes helpen tegen RSI, minder computeren niet

Door Hanneke Dijkman - Laatste update: 27 November 2008

Onderzoeker Stefan IJmker begaf zich zaterdag in het hol van de leeuw: een zaal vol (oud)RSI-patienten. Hij had namelijk flink publiciteit gekregen met zijn conclusie dat er geen verband is tussen de duur van het computergebruik op het werk en het optreden van arm, nek en schouderklachten. In Wouter Bos-stijl (pak zonder stropdas, wat ouder dan op onderstaande foto) met veel armgebaren ging hij serieus in op alle kritiek.

 

ijmkerIJmker heeft onderzoek verricht onder 1000 beeldschermwerk. Ook hij had verwacht dat degenen die op hun werk langer achter de computer zaten meer kans op RSI hadden. Er zijn namelijk talloze onderzoeken die aangeven dat dat zo is. Tenminste: de mensen die zelf aangeven dat ze langer achter de computer zitten, lopen een hoger risico op RSI-klachten. En datzelfde kwam ook nu weer uit het onderzoek. Maar tussen de zelf gerapporteerde tijd en de door IJmker gemeten tijd zat dus een behoorlijk verschil.

 

Hij ontdekte echter nog vijf factoren die een hoger risico geven:
1. Weinig afwisseling in werktaken. In mijn woorden: hoe saaier mensen hun werk vinden, hoe hoger de kans dat ze klachten krijgen.
2. Tegelijk telefoon en pc gebruiken. Een groot risico dus voor medewerkers van call centers!
3. Lage waardering op het werk, zowel financieel als anderzins. Vandaar mijn titel van dit stukje: schouderklopjes helpen echt!
4. Overmatige toewijding aan het werk.
5. Doorwerken tijdens lunch pauzes.
De beste voorspeller was echter of mensen het afgelopen jaar RSI-klachten hadden gehad.

 

Als oud RSI-patient (ik heb er 9 maanden mee in de WAO-gezeten) blijf ik onderzoek op dit terrein volgen. Daarom was ik ook blij dat de RSI-patientenvereniging de themadag “Krijgt de muisarm een staart” organiseerde. Zo’n 75 deelnemers luisterden naar vier wetenschappers in een Utrechtse Jaarbeurszaal met blauwe lichtbakken langs de wand.

Tussen de presentaties door klonk “Rock around the clock”, zodat we even los konden swingen. Of dat wetenschappelijk verantwoord was weet ik niet, maar prettig was het wel! Het onderzoek van Janneke Richter, een jonge vrouw met een shirt vol vlinders, concludeerde namelijk dat “normaal”niet-computergebruik waarschijnlijk niet veel helpt om de variatie in fysieke belasting te vergroten. Wat dan “normaal” is en niet (dansen?) kwam helaas niet aan de orde. Volgens Richter is haar onderzoek nog niet gepubliceerd: “Jullie zijn de eersten die er van horen.” Misschien dat ze dit aspect nog kan belichten in publicaties?

 

fringsPauzes kwamen ook naar voren in de conclusies uit Monique Frings-Dresen’s (zie foto hieronder) onderzoek. Zij concludeert dat mensen met een negatieve (slechte) werkstijl moeilijker van hun klachten afkomen. Een ervaren hoge tijdsdruk, geen pauzes nemen, angst voor negatieve werkprestaties en werken door de pijngrens heen: het belemmert het herstel.

 

Of RSI-patienten hun spieren te veel spannen, daarover spraken twee onderzoeken elkaar tegen. Beide zijn uitgevoerd door Maaike Huysmans, een heel precies formulerende jonge blonde vrouw met paardestaart. Bij een onderzoek waar mensen met een muis een spoor moesten volgen was géén verhoogde inspanning van de spieren. Bij het optillen van een beker was wél verhoogde inspanning. Mensen met RSI-klachten bleken een verminderd positiegevoel te hebben (proprioceptie), maar of dat oorzaak of gevolg was?

 

“Wat is nu jullie advies voor mensen met klachten?” vroeg Sandra Oudshoff, voorzitter commissie onderzoek van de RSI-patientenvereniging ter afsluiting. Stefan IJmker adviseerde krachttraining: na de inspanning gaan de spieren namelijk goed ontspannen. Het werkt echter niet voor iedereen. Judith Sluiter verwees naar onderzoeken onder leden van de patientenvereniging: die hadden vooral baat gehad bij houdings- of oefentherapie, fysiotherapie en psychologen. Ze verwees ook naar de richtlijnen die huisartsen, bedrijfsarten en fysiotherpeuten hanteren: blijf vooral functioneren, maar schroef je belasting wel tijdelijk omlaag.
“Maar voor die richtlijn is in feite geen bewijs” voegde ze er aan toe.

 

Ja, RSI bestaat nog steeds, het staat zelfs in de top 3 van beroepsziekten. Daarom blijft het raadselachtig dat er na al die jaren nog zo weinig bekend is over het ontstaan én over het genezen van RSI. Wat voor mij de conclusie is: hou lunchpauzes! Ga dan lekker met uw armen zwaaien, buiten wandelen of relaxt lunchen in een andere ruimte.

 

Janneke Richter is verbonden aan het Erasmus MC, kineos.nl.
Monique Frings-Dresen en Judith Sluiter zijn verbonden aan het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid.
Maaike Huysmans promoveerde aan de VU en is verbonden aan body@work.
Stefan IJmker is verbonden aan body@work TNO-VUmc en Ergodirect.
zie ook de RSI patientenvereniging en beroepsziekten.nl