Uitgebreid proefschrift over RSI bij computergebruik

Door Hanneke Dijkman - Laatste update: 2 December 2009

Janneke RichterLezers zullen het al hebben gelezen in hun dagblad, op internet en in tijdschriften: volgens promovenda Janneke Richter is pauzeren niet genoeg tegen RSI. Dit was de kop van het persbericht, nadat Richter haar proefschrift op 19 november in de Senaatszaal van de Erasmus Universiteit verdedigde tegenover negen hooggeleerde opponenten, met de rector als voorzitter. De nuances vindt u in dit artikel.

Op 19 november verzamelden zo’n veertig collega’s, familieleden en vrienden zich in de stemmige Senaatszaal waar een winterzonnetje door de grijze gordijnen scheen. Met een gespannen glimlachje kwam Richter de Senaatszaal in, geflankeerd door haar twee paranimfen. Alledrie de vrouwen waren in mooi groen gekleed, in het lang. Even later trad de commissie ingesteld door het College voor Promoties binnen, bestaande uit negen leden, waaronder één vrouw. Van de negen leden waren er vijf in de klassieke toga.

 

Vragenlijsten beter voor aanpak van klachten dan softwareregistratie

Uitgenodigd door de rector gaf (toen nog drs. )Richter een samenvatting van haar onderzoek aan de hand van slides. Het belangrijkste doel van het onderzoek was het meten van natuurlijk computergebruik en het relateren aan fysieke belasting. Ze ging uitvoerig in op het meten van de duur van computergebruik: via vragenlijsten, door observatie of door pauzesoftware. Wat een academische vraag leek, werd interessant toen ze dit koppelde aan KANS-klachten (klachten aan arm en nek spieren, oftewel RSI). Diverse onderzoeken constateren dat KANS-klachten samenhangen met zelfgerapporteerd computergebruik, terwijl andere onderzoeken meldden dat KANS-klachten minder sterk of zelfs niet samenhangen met via software geregistreerd computergebruik. Wie heeft er nu gelijk?

 

Richter werkte met 221 medewerkers van de Erasmus Universiteit, die vooraf meldden dat ze minstens de helft van hun werkdag de computer gebruikten. Deze werden 18 maanden gevolgd. In die tijd vulden ze vier vragenlijsten in én werd hun computergebruik gemeten met pauzesoftware.

Richter stelde werknemers de vraag: “In de periode tussen de laatste vragenlijst en de huidige, hoeveel uren per dag werkte u gemiddeld met de computer op een gewone werkdag?” Werknemers konden kiezen tussen drie categoriën: 2-4 uur, 4-6 uur of meer dan 6 uur. Vervolgens vergeleek Richter het gebruik zoals geregistreerd door de pauzesoftware met deze categorieën en concludeerde dat de zelfgerapporteerde schattingen gemiddeld 55% hoger waren dan het werkelijke gebruik, terwijl slechts 13% van de schattingen lager was dan het gebruik volgens de software. De overschatting van computergebruik wordt meer gemaakt door vrouwen dan door mannen en meer door mensen die het werk als veeleisend ervaren. Richter vond geen verschil in overschatting als gevolg van andere psychosociale belasting of KANS-klachten. Oftewel: of men nu KANS-klachten hebt of niet, de meeste mensen schatten hun computergebruik te hoog in.

 

Twee van de opponenten hadden vragen over dit deel van het onderzoek De heer Lex Burdorf in een commissie die richtlijnen opstelt voor arbeidssituaties, om werknemers te beschermen tegen gezondheidsklachten. Hij vroeg welke aanbeveling Richter kon doen over de definitie van computergebruik: moeten we voortaan uitgaan van zelfgerapporteerd computergebruik of van met software gemeten gebruik? Richter raadt aan om zelfgerapporteerd computergebruik op te nemen in definities, omdat dit een betere voorspeller is voor KANS-klachten, wat eerder in dit artikel al genoemd is. Een alternatief is om wel software te gebruiken om computergebruik te meten, maar dan extra vragen te stellen, bijvoorbeeld over psychosociale belasting.

 

computer use exposedEen proefschrift roept altijd meer vragen op dan het kan beantwoorden. Zo komt niet aan bod of mensen met KANS-klachten daadwerkelijk meer tijd achter de computer zaten, volgens de software of volgens hun eigen melding. Het onderzoek liep anderhalf jaar, dus had ook wellicht mogelijkheden geboden om verbanden te leggen tussen een uitbreiding van het computergebruik en eventuele toename van klachten. Ook hierover rapporteert Richter niet in haar onderzoek. Wellicht dat er nog een potje geld beschikbaar is om deze vragen te beantwoorden?

 

Meer sporten en/of mediteren

Een andere opponent vroeg of KANS nu het gevolg is van over- of onderbelasting. Richter antwoordde dat het beide is: er is inderdaad een lage spieractiviteit (onderbelasting), maar de losse spiervezels kunnen wel overbelast raken (Cinderella-hypothese). Richter heeft bij dertig Erasmus medewerkers gemeten hoe het zit met de spierbelasting in schouder- en onderarmspieren tijdens computergebruik en zonder computergebruik..

 

Van de dertig onderzochte medewerkers hadden er 15 milde tot zware KANS-klachten, de andere 15 vormden de controlegroep. Deze mensen kregen een heuptas met een meetinstrument dat ze een hele dag bij zich droegen. De activiteit van zes spieren werden gemeten aan de hand van EMG-signalen via sensoren op de huid. Gemiddeld was er echter weinig verschil in spiergebruik, of er nu wel of niet met de computer gewerkt werd. Of mensen nu wel of niet KANS-klachten hadden maakte ook weinig uit voor de spierbelasting. Alleen de spieractiviteit van de FCR (flexor carpi radialis) was bij deelnemers met KANS-klachten gemiddeld 25% hoger, zowel bij computerwerk als daarbuiten. Verdere verschillen waren marginaal, doordat er een enorme variatie was tussen individuen.

 

Dit leidde Richter er toe om te concluderen dat “pauzes” in computergebruik niet zo veel zin hebben en dat wellicht georganiseerde fysieke oefening nodig is. Een andere opponent vroeg of ook meditatie of yoga zinvol kon zijn, waarbij dan juist geen spieractiviteit is. Ook dat leek Richter een prima idee.

 

Kop persbericht: “Pauzes alleen is niet genoeg tegen RSI, even stoppen met computeren is niet genoeg om RSI te voorkomen”

Dr van der Steen, neurowetenschapper aan de Erasmus vroeg of pauzesoftware nuttig is. Richter antwoordde dat de onderzochte groep al voldoende natuurlijke micropauzes nam, zodat het softwareprogramma in feite hiervoor overbodig is. Voor langere pauzes verandert de software weinig aan het gedrag van medewerkers, meldde Richter.

In haar proefschrift is te lezen dat deze conclusie is gebaseerd op onderzoek bij twintig gezonde werknemers van het academisch ziekenhuis te Rotterdam gedurende vijftig werkdagen. Deze werknemers hadden geen van allen KANS-klachten. Deze werknemers bleken gemiddeld per dag 64 periodes achter de computer te werken, met gemiddelde pauzes van 5,1 minuten er tussendoor. De variatie tussen werknemers was groot. Ze namen wel allemaal al vanzelf veel micropauzes, dus deze functionaliteit in de pauzesoftware is in feite overbodig, aldus Richter.

 

Wat betreft de langere pauzes: door de software zouden werknemers 7,2% extra pauze tijd nemen gedurende de werkdag. Richter citeert ander onderzoek om te onderbouwen dat 7% extra pauze niet voldoende is om KANS te voorkomen, maar dat 14% nodig is. Dus ook deze functionaliteit lijkt niet zo nuttig voor gezonde werknemers.

 

In de kranten en op internet werd de conclusie van Richter kort door de bocht vertaalt als: ‘Pauzesoftware geen oplossing voor RSI’ (computable.nl) of “Sporten beter dan pauzeren bij RSI” (ANP). Dit kwam ook door het persbericht dat de Erasmus Universiteit uit liet gaan, met als kop: “Pauze alleen is niet genoeg tegen RSI, even stoppen met computeren is niet genoeg om RSI te voorkomen”

 

Doordat Richter alleen gezonde vrijwilligers betrok in dit deel van haar onderzoek, weten we niet hoe het pauzegedrag is van mensen met KANS-klachten. Wellicht dat juist te weinig natuurlijke pauzes KANS-klachten kunnen veroorzaken. Ook de vraag of mensen met KANS-klachten baat kunnen hebben bij pauzesoftware is met dit onderzoek niet beantwoord. Richter geeft dit overigens ook zelf aan in haar aanbevelingen voor meer onderzoek.

Hora est

Na nog een vraag over loglineaire verbanden klonk het verlossende “Hora est” en trok de commissie zich terug. Binnen een paar minuten waren de hooggeleerde heren en dame terug, met een grote koker en verleende de rector drs Richter het doctoraat (en daarbij de titel dr.). Ook namens de RSI-vereniging: proficiat! En veel succes in je nieuwe baan als onderzoeker/ adviseur bij TNO Kwaliteit van Leven!

 

Voor de gehele tekst van het proefschrift en de presentatie die tijdens de verdediging gegeven werd, zie Janneke Richter’s site. Deze tekst schreef ik op verzoek van de RSI-vereniging en wordt mogelijk gepubliceerd in Handvat.